Parasieten en rauwe voeding

De kans op een parasitaire infectie bij het geven van CarniVoer is net zo klein als bij het geven van brokvoeding

 

Wat betreft rauwe voeding en de mogelijke besmettingsgraad speelt enorm mee of honden en katten al eerder contact gehad hebben met de parasieten en zo al afweer hebben kunnen opbouwen. Ook speelt mee of de hond en kat gezond zijn. Zijn hun barrières intact. Het geven van rauwe voeding van CarniVoer helpt juist enorm mee aan een goede afweer en barrière bij je dier. Naast de besmetting speelt mee hoeveel parasieten ze in een bepaalde tijd binnenkrijgen. Er is een minimale hoeveelheid nodig om een ziekte te veroorzaken.

Naast de strenge controles doet CarniVoer extra parasitologisch onderzoek op hun producten om parasitaire infecties op tijd te kunnen bemerken en effectief daarnaar te handelen.

Hoe zit dat nu met die parasieten en hoe kan je ze voorkomen?

Weerstand van de hond en kat tegen parasitaire infecties.

Als we praten over weerstand tegen parasitaire infecties zijn deze in twee delen te verdelen:

1. Aangeboren weerstand
2. Verworven weerstand

De aangeboren weerstand is een weerstand van de barrières zelf. De darmen, de longen en de huid hebben elk hun aangeboren specifieke mechanismen om zich te verdedigen tegen binnengekomen parasieten. Evolutionair hebben parasieten en honden en katten elkaar al eeuwen belaagd en aanpassingen ontworpen om elkaar te weerstaan. In de wilde biologisch evenwichtige buitenwereld is leven en laten leven bekeken vanuit parasiet en gastheer een enorm voordeel voor beide.

De verworven weerstand is opgebouwd door een herhaald contact met de parasiet. Het verworven immuunsysteem heeft een humorale dan wel cellulaire immuniteit opgebouwd tegen een bepaalde parasiet.

Soort resistentie
Niet elke parasiet floreert in elk zoogdier even goed. Eimeria parasieten zijn vrij soort specifiek, Toxoplasma canis of de honden spoelworm is niet honderd procent soort specifiek. Deze kan in enkele gevallen een mens besmetten. Echter omdat de mens niet de soort specifieke gastheer is zal de spoelworm zich anders gedragen in een menselijk lichaam. Het zal anders migreren door het lichaam en zich in andere organen begeven. Dit is uiteraard niet wenselijk.

Leeftijd resistentie
Veel wormen kunnen zich gemakkelijk in jonge dieren ontwikkelen en niet in oudere. In oudere gastheren zullen zich vaak maar voor een deel ontwikkelen en verder inactief blijven. Andere wormen blijven inactief in een volwassen gastheer maar gaan weer actief worden wanneer het moeder dier jongen heeft gekregen. Hormonale veranderingen veroorzaken dit. Zoals bijvoorbeeld bij de honden spoelworm, die dan via de baarmoeder de pups besmet en zich zo voortplant. Bij sommige dieren zien we op jonge leeftijd een goede weerstand tegen parasieten en op oudere leeftijd weer niet. Zo kan het dus ook en zien we bij runderen met betrekking tot Babesia en Anaplasma infecties.

Ras resistentie
In het licht van weerstand tegen parasieten is dus soort en leeftijd van belang maar ook het ras. Bijvoorbeeld in Zuid Afrika is het Merino schaap minder gevoelig voor bepaalde trichostringylus soorten dan de andere schapenrassen. Elk ras heeft zijn eigen specifieke afweer en proteïne structuren op de cel zodat een bepaalde parasiet wel op het ene ras kan aanslaan maar niet op het andere.

Wat gebeurt er bij de verworven immuniteit van de gastheer met de parasieten ?
De antigenen op de larve 3 tot de ontwikkeling van de volwassen worm leiden tot de opbouw van de afweer van de gastheer. Deze opbouw van immuniteit bij de gastheer leidt tot:

1. Voorkomen van migratie door het lichaam van de gastheer, stoppen van hun ontwikkeling in het larvaire stadium.
2. De groei van de parasiet wordt geremd en ze blijven te klein en hun voortplantingsvermogen daalt.
3. De ontwikkelde afweer verdrijft of doodt de wormen.

De afweer van de parasiet is ook geëvolueerd:

Parasieten die gespecialiseerd zijn geworden in het besmetten van jonge dieren om zich voort te planten. Jonge dieren hebben vaak nog geen adequate afweer.

Wederzijdse afweer. De parasiet kan de gastheer besmetten en de nieuw binnengekomen parasieten worden gedood door de opgebouwde afweer van de gastheer. Echter de volwassen parasieten zijn ongevoelig voor de afweer van de gastheer en overleven in de gastheer. Zo voorkomt de binnen gekomen parasiet dat de gastheer overbevolkt zou kunnen worden door nieuwe binnenkomende parasieten en mogelijk kan overlijden. Dit is niet in het voordeel van de gastheer noch van de parasiet.

Polyclonale stimulatie van immunoglobuline. De gastheer produceert zoveel niet specifieke IgE (immunoglobulinen) bij een invasie van een parasiet dat EN de mastcellen geen histamine loslaten en de niet specifieke IgE geen binding maken met de oppervlakte van de parasiet en deze kunnen doden. Zo beschermt de parasiet zich tegen de afweer van de gastheer en overleeft in de gastheer.

Het immuunsysteem van de gastheer is een mooi systeem. Vaak doodt het de parasiet of houdt het deze onder controle. Echter kan de afweer reactie ook uit de hand lopen en de gastheer beschadigen. We zien dat als bijvoorbeeld schapen door de mens geselecteerd worden die een goede afweer reactie hebben tegen een bepaalde worm. De nakomelingen van deze schapen kunnen een te effectief afweersysteem hebben en daardoor zelf beschadigingen oplopen van hun eigen uiterst gevoelige afweer als een parasiet binnenkomt. Een reactie die niet wenselijk is. Ontstaan door menselijk ingrijpen in selectie processen om een betere afweer tegen parasieten bij dieren te krijgen. Zo is ingrijpen door de mens om een verbetering te krijgen omgeslagen in een nadelig effect.

Naast deze natuurlijke en geselecteerde afweersystemen worden ook vaccins ontwikkeld. Deze staan nog in de kinderschoenen. Voor honden en katten zijn nog geen goede vaccins beschikbaar.

U ziet het is nog niet zo eenvoudig om een ziekte op te lopen van een parasiet en de vraag is of we die ook altijd moeten voorkomen. Het evolutionair evenwicht is hierin enorm belangrijk. De moderne door de mens opgestelde samenleving heeft als resultaat dat te veel dieren en mensen op een kleine oppervlakte leven. Dit resulteert in een verhoogde infectiedruk. Wij moeten dus wel ingrijpen om geen hele grote parasitaire uitbraken te krijgen. U kunt het ook vanuit een evolutionaire bril bekijken. Zouden we niet ingrijpen zullen grote parasitaire uitbraken voorkomen die de te groete populatie weer naar een gezond niveau brengen. Zo reguleert de natuur zichzelf. Dat accepteren we echter niet en dus is de consequentie dat we een levenslange strijd tussen parasieten en bestrijding zullen blijven hebben.

Referenties:
Veterinary parasitology M.A. Taylor, R.L. Coop, R.L. Wall  Third edition 2013